Direct naar de inhoud

Pestpreventie & Rollen

Het pestmechanisme als groepsproces: De 6 rollen bij pesten volgens Christina Salmivalli

Onderzoek toont aan dat pesters handelen uit een behoefte aan status en macht. Zonder de lachende en toekijkende klasgenoten stopt pestgedrag binnen seconden.

8 min leestijdBron: Prof. dr. Christina Salmivalli & KiVa Onderzoeksgroep

In het kort

  • Salmivalli onderscheidt 6 rollen: Pester, Assistent, Versterker/Aanmoediger, Verdediger, Buitenstaander en Slachtoffer.
  • De 'Buitenstaanders' en 'Aanmoedigers' houden het pesten onbewust in stand door niet in te grijpen of te lachen.
  • Interventies moeten zich richten op de stille meerderheid: maak van buitenstaanders actieve verdedigers.
  • Traditionele conflicthantering ('zeg maar sorry') faalt bij structureel pesten omdat er sprake is van machtsongelijkheid.

Direct toepassen in de klas

  • Bespreek de rollen openlijk in de klas met neutrale verhalen of boeken, zodat leerlingen hun eigen rol herkennen.
  • Train leerlingen in concrete 'upstander'-vaardigheden: hoe haal je de juf zonder 'klikspaan' genoemd te worden?
  • Beloon en bekrachtig kinderen die een eenzaam kind uitnodigen om mee te doen.

Pesten is een groepsproces, geen ruzie

Een fundamentele fout in het onderwijs is pesten behandelen als een ruzie tussen twee kinderen. Bij ruzie is er sprake van gelijkwaardigheid en een concreet conflict. Bij pesten is er sprake van structurele machtsongelijkheid en systematische vernedering.

De Finse hoogleraar Christina Salmivalli toonde met grootschalig video- en sociometrisch onderzoek aan dat pesten vrijwel altijd plaatsvindt in het bijzijn van klasgenoten. De pester zoekt de lach, de goedkeuring en de angst van de groep om zijn sociale status te vergroten.

“De sleutel tot het stoppen van pesten ligt niet bij de pester of het slachtoffer, maar bij de reactie van de omstanders.”

— Prof. dr. Christina Salmivalli — KiVa Anti-Bullying Program

De 6 rollen in kaart gebracht

In een pestsituatie neemt elk kind in de klas een rol aan:

  • **1. De Pester (Bully):** Neemt het initiatief, zoekt macht en status, vertoont berekend dominant gedrag.
  • **2. De Assistent (Follower):** Doet actief mee met de pester, maar initieert zelden zelf.
  • **3. De Aanmoediger / Versterker (Reinforcer):** Lacht mee, jut op, filmt of kijkt geamuseerd toe. Geeft de pester het felbegeerde 'podium'.
  • **4. De Buitenstaander (Outsider):** Doet alsof hij niets ziet, keert zich af, grijpt niet in uit angst zelf doelwit te worden.
  • **5. De Verdediger (Defender):** Komt op voor het slachtoffer, troost, haalt hulp of spreekt de pester aan.
  • **6. Het Slachtoffer (Victim):** Het structurele doelwit van uitsluiting of vernedering.

Stap voor stap in de klas: van Buitenstaander naar Verdediger

  • Introduceer de 6 rollen expliciet aan de klas via een neutraal verhaal, boek of video — nooit gekoppeld aan een echte situatie in de klas — zodat leerlingen de rollen leren herkennen zonder dat iemand zich aangewezen voelt. Dit is precies hoe het Finse KiVa-programma (Salmivalli e.a.) zijn leskisten opbouwt: eerst benoemen, dan pas toepassen.
  • Train concrete 'upstander'-zinnen die kinderen veilig kunnen gebruiken zonder zelf doelwit te worden, zoals 'Dat is niet leuk, laten we iets anders doen' of 'Kom, we gaan hier weg' — oefen deze actief in tweetallen via kort rollenspel tot ze paraat zitten.
  • Maak het verschil tussen 'klikken' en 'hulp vragen' expliciet bespreekbaar: hulp vragen is voor een ander, klikken is om een ander in de problemen te brengen. De Anti-Bullying Alliance (VK) noemt het wegnemen van deze drempel een kernvoorwaarde voor effectieve bystander-training.
  • Leer de 'Aanmoedigers/Versterkers' een concreet alternatief gedrag: niet lachen, niet kijken, wegwandelen. Oefen dit letterlijk na met de klas, zodat kinderen ervaren dat een pester zonder publiek zijn 'podium' kwijt is.
  • Plan minstens eens per twee weken een kort, terugkerend kringmoment waarin je — zonder namen — een fictieve pestsituatie voorlegt en de klas samen bedenkt wat een Verdediger in die situatie zou doen. Herhaling is nodig om het gedrag te verankeren.
  • Beloon zichtbaar en onmiddellijk elk voorbeeld van verdedigend gedrag dat je zelf signaleert, hoe klein ook (bv. een kind dat een ander uitnodigt om mee te doen) — dit versterkt precies het gedrag dat volgens Salmivalli's onderzoek het vaakst ontbreekt.
  • Informeer ouders vroeg in het schooljaar over de 6 rollen (bv. via een korte nieuwsbrief), zodat thuis dezelfde taal wordt gebruikt als een kind vertelt over iets dat op school is gebeurd.
  • Houd voor jezelf (informeel) bij welke leerlingen van nature al vaker de rol van Verdediger innemen, en plaats hen bewust naast een kwetsbare leerling bij groepswerk of buiten spelen.
  • Praat bij een concreet incident nooit alleen met de pester en het slachtoffer: breng ook de Aanmoedigers/Versterkers apart in beeld en vraag hen wat ze anders hadden kunnen doen, zonder ze publiekelijk te beschuldigen.

Werkblad

Rollen-observatieformulier voor de leerkracht

Vul dit formulier direct na een gesignaleerde pestsituatie in — het helpt je de groepsdynamiek te zien, niet alleen de pester en het slachtoffer.

Datum en korte omschrijving van de situatie

Wie nam welke rol in? (Pester / Assistent / Aanmoediger / Buitenstaander / Verdediger / Slachtoffer)

Namen mogen, maar het gaat vooral om het patroon.

Wat deed de rest van de groep precies? (lachen, wegkijken, filmen, ingrijpen...)

Welke Verdedigers waren zichtbaar aanwezig of hadden dat kunnen zijn?

Welke vervolgstap onderneem ik, en met wie ga ik apart in gesprek?

Werkblad

Mijn upstander-zinnenkaart

Vul samen met je leerling(en) in welke zinnen en gebaren zij zelf kunnen gebruiken als ze iets vervelends zien gebeuren.

Een zin die ik kan zeggen als ik zie dat iemand gepest wordt

Bijvoorbeeld: 'Dat is niet leuk, kom we gaan.'

Een zin om een eenzaam kind uit te nodigen om mee te doen

Bij wie op school kan ik hulp vragen, en waar vind ik die persoon?

Wat kan ik doen met mijn houding of blik om te laten zien dat ik het niet leuk vind, zonder zelf doelwit te worden?

In de praktijk

Werkvormen waarin deze theorie direct tot leven komt in de klas:

Bronnen & Wetenschappelijke Publicaties